Sommige ouders
spreken bij een echtscheiding af dat de kinderen de helft van de
tijd bij de moeder en de andere helft van de tijd bij de vader
wonen. Dit wordt co-ouderschap genoemd. Op het moment dat eenmaal
deze regeling is afgesproken, kan deze niet zo maar eenzijdig
gewijzigd worden. Jurofoon geeft een voorbeeld uit de
praktijk.
Co-ouderschapsregeling
In
november 2004 wordt de echtscheiding uitgesproken tussen de
ouders van twee kinderen. De vader en de moeder hebben een
co-ouderschapsregeling afgesproken. In deze regeling is onder
andere geregeld dat de ouders in elkaars nabijheid blijven wonen,
zodat de kinderen naar dezelfde school kunnen blijven gaan en hun
sociale leven kunnen behouden. Door de regeling verblijven de
kinderen drie dagen in de week bij hun moeder en twee dagen in de
week bij hun vader. Op zaterdag en zondag zijn de kinderen de ene
week bij vader en de andere week bij moeder. Daarnaast gaan de
kinderen tijdens de vakantieperiode tien dagen per jaar extra
naar vader. Deze regeling is op verzoek van de ouders in de
echtscheidingsbeschikking opgenomen. Voorts heeft de rechtbank,
op grond van de overeengekomen co-ouderschapsregeling, bepaald
dat de kinderen hun gewone verblijfplaats bij de moeder zullen
hebben.
Moeder
verhuist
In het voorjaar van
2005 verhuist de moeder in verband met werk van haar nieuwe
partner naar een ander deel van het land. De vader en de moeder
hebben over de gevolgen van deze beslissing van de moeder ten
aanzien van het verblijf van de kinderen geen overeenstemming
kunnen bereiken. De moeder heeft zich vervolgens tot de rechter
gewend en verzocht de co-ouderschapsregeling te wijzigen, maar
dat verzoek wordt in april 2006 afgewezen. De rechter is van
mening dat de noodzaak tot verhuizing niet is aangetoond en dat
er evenmin reden was om het verblijf van de kinderen bij de vader
te verminderen. Kort gezegd bepaalt de rechter dat de verhuizing
niet in het belang van de kinderen is. Desondanks heeft de moeder
haar plannen om te verhuizen doorgezet en heeft de kinderen,
zonder instemming van de vader, ingeschreven bij scholen in de
nieuwe woonplaats.
De vader
laat het er niet bij zitten en stapt ook naar de rechter. In
augustus 2006 bepaalt de rechtbank dat de moeder (op straffe van
een dwangsom) moet meewerken aan (her)inschrijving op de oude
scholen en de oude co-ouderschapsregeling wordt weer van kracht.
Ook wijzigt de rechter de verblijfplaats van de kinderen naar die
van de vader. De rechtbank heeft aansluiting gezocht bij hetgeen
de ouders voor ogen heeft gestaan toen zij de
co-ouderschapsregeling vaststelden en de moeder heeft daarbij
niet het recht eenzijdig van deze regeling af te wijken. Een
eenzijdige wijziging is alleen geoorloofd met toestemming van de
rechter en die toestemming zal alleen gegeven worden wanneer dat
in het belang van de kinderen is.
Uiteindelijk hebben
de ouders overeenstemming bereikt: de oude regeling wordt weer
van kracht, de moeder gaat weer in haar oude omgeving wonen en de
kinderen zullen hun gewone verblijfplaats weer bij de moeder
hebben. De kinderen gaan ook weer naar hun oude school.
[Bron:
Jurofoon.nl/nieuws :
Rechtbank Utrecht, 18 augustus 2006, LJN: AZ1192]