omdat scheiden ook een nieuw begin is.
Bel ons: 030 - 23 45 250

Co-ouderschap: niet eenzijdig beëindigen

Sommige ouders spreken bij een echtscheiding af dat de kinderen de helft van de tijd bij de moeder en de andere helft van de tijd bij de vader wonen. Dit wordt co-ouderschap genoemd. Op het moment dat eenmaal deze regeling is afgesproken, kan deze niet zo maar eenzijdig gewijzigd worden. Jurofoon geeft een voorbeeld uit de praktijk.

Co-ouderschapsregeling
In november 2004 wordt de echtscheiding uitgesproken tussen de ouders van twee kinderen. De vader en de moeder hebben een co-ouderschapsregeling afgesproken. In deze regeling is onder andere geregeld dat de ouders in elkaars nabijheid blijven wonen, zodat de kinderen naar dezelfde school kunnen blijven gaan en hun sociale leven kunnen behouden. Door de regeling verblijven de kinderen drie dagen in de week bij hun moeder en twee dagen in de week bij hun vader. Op zaterdag en zondag zijn de kinderen de ene week bij vader en de andere week bij moeder. Daarnaast gaan de kinderen tijdens de vakantieperiode tien dagen per jaar extra naar vader. Deze regeling is op verzoek van de ouders in de echtscheidingsbeschikking opgenomen. Voorts heeft de rechtbank, op grond van de overeengekomen co-ouderschapsregeling, bepaald dat de kinderen hun gewone verblijfplaats bij de moeder zullen hebben.

Moeder verhuist
In het voorjaar van 2005 verhuist de moeder in verband met werk van haar nieuwe partner naar een ander deel van het land. De vader en de moeder hebben over de gevolgen van deze beslissing van de moeder ten aanzien van het verblijf van de kinderen geen overeenstemming kunnen bereiken. De moeder heeft zich vervolgens tot de rechter gewend en verzocht de co-ouderschapsregeling te wijzigen, maar dat verzoek wordt in april 2006 afgewezen. De rechter is van mening dat de noodzaak tot verhuizing niet is aangetoond en dat er evenmin reden was om het verblijf van de kinderen bij de vader te verminderen. Kort gezegd bepaalt de rechter dat de verhuizing niet in het belang van de kinderen is. Desondanks heeft de moeder haar plannen om te verhuizen doorgezet en heeft de kinderen, zonder instemming van de vader, ingeschreven bij scholen in de nieuwe woonplaats.

De vader laat het er niet bij zitten en stapt ook naar de rechter. In augustus 2006 bepaalt de rechtbank dat de moeder (op straffe van een dwangsom) moet meewerken aan (her)inschrijving op de oude scholen en de oude co-ouderschapsregeling wordt weer van kracht. Ook wijzigt de rechter de verblijfplaats van de kinderen naar die van de vader. De rechtbank heeft aansluiting gezocht bij hetgeen de ouders voor ogen heeft gestaan toen zij de co-ouderschapsregeling vaststelden en de moeder heeft daarbij niet het recht eenzijdig van deze regeling af te wijken. Een eenzijdige wijziging is alleen geoorloofd met toestemming van de rechter en die toestemming zal alleen gegeven worden wanneer dat in het belang van de kinderen is.

Uiteindelijk hebben de ouders overeenstemming bereikt: de oude regeling wordt weer van kracht, de moeder gaat weer in haar oude omgeving wonen en de kinderen zullen hun gewone verblijfplaats weer bij de moeder hebben. De kinderen gaan ook weer naar hun oude school.

[Bron: Jurofoon.nl/nieuws : Rechtbank Utrecht, 18 augustus 2006, LJN: AZ1192]

Nieuws

Bemiddelaar in de buurt