Bij een echtscheiding komen kinderen in het algemeen, maar vooral
kinderen uit sociaal kwetsbare gezinnen in de knel. Het is daarom
niet goed dat ouders na de scheiding het gezamenlijk ouderlijk
gezag over hun kinderen behouden. Dat is de conclusie van een
onderzoekster die op dit onderwerp
promoveert.
Christina Jeppesen de Boer, die aan
de
Universiteit Utrecht op dit onderwerp promoveert,
vindt dat de huidige omgangsregeling het kind geen optimale
mogelijkheid biedt om in een veilige omgeving op te groeien.
Tegenwoordig houden beide ouders het ouderlijk gezag na een
echtscheiding, ongeacht de vraag of de ouders het hierover eens
zijn.
Wettelijk
vertegenwoordiger
Door het gezag zijn beide
ouders wettelijk vertegenwoordiger en daarmee behouden beide
ouders de mogelijkheid beslissingen te nemen over zaken zoals de
verblijfplaats van het kind, schoolkeuze of het al dan niet
ondergaan van medische behandelingen. Ondanks de goede
bedoelingen, hebben deze ontwikkelingen ook een negatieve
keerzijde, wordt in het onderzoek gesteld.
Gezag
Als ouders
niet in staat zijn gezamenlijk gezag uit te oefenen, kunnen
kinderen in gevaar komen. In het onderzoek wordt als voorbeeld
genoemd verslaafde kinderen, die juist veel behoefte hebben aan
bescherming. De conclusie van het onderzoek is dan ook om het
gezamenlijk gezag na scheiding te baseren op een overeenstemming
tussen de ouders.
Conflicten
Daarmee zou
een hoop ellende voorkomen worden, zoals jarenlange conflicten en
procedures over de concrete gezagsuitoefening, over de van de
hoofden kinderen heen. De onderzoekster wil een terugkeer naar de
regeling van vóór 1998, waarbij de ouders het gezamenlijke gezag
bij scheiding expliciet moesten aanvragen. Sinds 1998 behouden
beide ouders het gezamenlijke gezag na echtscheiding.
Eerder
onderzoek
In 2007 voerde de Raad
voor de Kinderbescherming eveneens een onderzoek uit. Ook bij dit
onderzoek was een onderzoeker van dezelfde Universiteit
betrokken. Uit het onderzoek bleek onder meer dat kinderen van
gescheiden ouders bijna twee keer zoveel problemen vertonen als
kinderen uit intacte gezinnen. Vooral kinderen uit
scheidingsgezinnen met veel conflicten ondervinden veel
moeilijkheden.
Opmerkelijk
Uit hetzelfde
onderzoek bleek echter ook dat sinds 1998 het contact tussen kind
en uitwonende ouder (nog altijd meestal de vader) is toegenomen.
Het percentage 'helemaal geen contact' daalde van 25 procent naar
minder dan 20 procent. Net als het eerder genoemde onderzoek,
werd ook hier geconstateerd dat gescheiden ouders sinds 1998 meer
ruziën.
Conclusie
Kennelijk
ruziën ouders meer na een echtscheiding indien beide gezag
hebben, in tegenstelling tot de situatie dat ouders niet meer bij
elkaar zijn en eentje het gezag heeft. Dat is niet onlogisch,
omdat beide ouders in de eerste situatie evenveel te zeggen
hebben, en in de tweede situatie niet. De belangen van beide
ouders zijn in de eerste situatie groter.
Je
zou dus aan het gezamenlijk gezag na echtscheiding kunnen tornen,
zodat ouders minder ruziën. Echter, als tevens uit onderzoek
blijkt dat in diezelfde situatie (beide ouders behouden gezag)
het contact tussen het kind en uitwonende ouder is toegenomen,
kan je je afvragen of dat de juiste weg is.
Bron:www.jurofoon.nl
Publicatiedatum: 21 mei
2008